Waarom koffie uit een kartonnen beker nooit lekker smaakt

14 augustus 2026 #Koffie met Tannetje

Er zijn twee dingen die de mensheid ondanks alle technologische vooruitgang nog steeds niet onder de knie heeft gekregen: een printer die het altijd doet en koffie uit een kartonnen beker die daadwerkelijk naar koffie smaakt.

We kunnen een sonde op Mars laten landen. We praten met kunstmatige intelligentie. Auto’s parkeren zichzelf. Maar zodra iemand hete koffie in een kartonnen bekertje giet, verandert een heerlijke espresso in een lauwwarme herinnering aan iets wat ooit koffie had kunnen zijn.

Vroeger dronk je koffie uit een kopje. Van porselein. Met een schoteltje. En als je geluk had, kreeg je er een koekje bij. Tegenwoordig krijg je een kartonnen cilinder met een plastic deksel waarin een drinkgaatje zit dat óf niets doorlaat óf je complete overhemd in één keer besproeit.

Neem je een voorzichtig slokje, dan verbrand je je tong. Wacht je twee minuten, dan is de koffie ineens afgekoeld tot de temperatuur van een regenplas in november. Het is werkelijk fascinerend hoe dat bekertje beide uitersten moeiteloos weet te combineren.

En dan die geur.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

Een goede kop koffie ruikt naar versgemalen bonen, gezelligheid en een rustig begin van de dag. Koffie uit een kartonnen beker ruikt naar… karton. Alsof iemand een verhuisdoos heeft uitgewrongen en daar een scheut espresso doorheen heeft geroerd.

“Maar het is duurzaam,” hoor ik de jeugd dan zeggen.

Best mogelijk. Alleen smaakt een fietsband ook duurzaam. Dat betekent nog niet dat ik erin wil bijten.

En waarom moet je tegenwoordig ook nog moeilijke Italiaanse woorden gebruiken? Grande. Venti. Flat White. Cold Brew. Nitro. Oat Latte. Ik wil gewoon koffie. Zwart. Heet. In een kopje. Zonder dat ik eerst een taalcursus Italiaans hoef te volgen of een hypotheek moet afsluiten.

Laatst bestelde ik een gewone koffie. De jongeman achter de toonbank keek me aan alsof ik had gevraagd of hij nog ergens een postduif kon regelen.

“Bedoelt u een Americano?”

Nee, jongen. Ik bedoel koffie. Dat spul dat jouw opa ook al dronk.

En dan dat lopen met zo’n beker door de stad. Iedereen lijkt tegenwoordig haast te hebben. Alsof de wereld vergaat als je vijf minuten gaat zitten om rustig koffie te drinken. Koffie is geen brandstof die je onderweg via een drinkgaatje moet bijvullen. Koffie is een pauze. Een excuus om even niets te doen. Om een krant te lezen, mensen te bekijken of gewoon voor je uit te staren.

Mijn moeder zei altijd: “Voor een goede kop koffie moet je gaan zitten.”

Ze had gelijk. Ze had trouwens wel vaker gelijk, maar dat geef ik pas nu toe. Ze kan het gelukkig niet meer horen.

Doe mij dus maar een ouderwets kopje. Van porselein. Met een schoteltje. Een koekje erbij mag ook. En als de ober vraagt of ik hem “to go” wil, antwoord ik vriendelijk dat koffie niet op de vlucht is.

Tot volgende week.

Dan duiken we in een ander culinair mysterie:  De slager is verdwenen. Niet letterlijk hoor. Alhoewel… als u tegenwoordig een slager zoekt die nog weet waar zijn vlees vandaan komt, een biefstuk durft aan te raken zonder eerst op een computer te kijken en een gehaktbal kan maken zonder dat daar een fabriek aan te pas komt, begint het verdacht veel op een opsporingsbericht te lijken.