Waarom smaakt een tomaat tegenwoordig naar een natte spons?

7 augustus 2026 #Koffie met Tannetje

Vroeger had een tomaat nog een karakter. Je rook hem al zodra je de groentewinkel binnenstapte. Hij lag trots in een houten kistje, een beetje scheef misschien, met een groen kroontje dat nog wist wat zonlicht was. Eén hap en je wist: dit is een tomaat.

Tegenwoordig moet je eerst de verpakking lezen om erachter te komen wat je in handen hebt. “Tasty Tom”, “Sweet Delight”, “Flavor Explosion”, “Ultimate Taste Experience”. Als de naam langer is dan de ingrediëntenlijst, weet je eigenlijk al genoeg. Je verwacht een smaakexplosie, maar krijgt vooral een mond vol kraanwater met een rood jasje.

Ze zien er overigens prachtig uit. Rond. Glimmend. Identiek. Als een regiment pas gepoetste biljartballen. Als er eentje van de keukentafel rolt, verwacht ik eerlijk gezegd dat hij nog drie keer stuitert voordat hij onder de kast verdwijnt.

De moderne tomaat is niet gekweekt om lekker te zijn. Nee, die moet vooral duizenden kilometers kunnen reizen, weken in een distributiecentrum kunnen liggen en daarna nog drie weken thuis op het aanrecht overleven zonder een spier te vertrekken. Dat is knap. Mijn kamerplanten redden dat niet eens.

Laatst hoorde ik iemand zeggen: “Deze tomaten zijn zo lekker zoet.” Ik heb uit beleefdheid niet gevraagd of hij vooraf zijn smaakpapillen had laten verdoven.

En dan die buurvrouw van mij.

“Ik bewaar mijn tomaten altijd in de koelkast,” zei ze.

Ik verslikte me bijna in mijn koffie.

Tomaten horen niet in de koelkast. Dat is ongeveer hetzelfde als Rembrandt in de schuur ophangen, champagne mengen met cassis of een biefstuk doorbakken omdat rood vlees “eng” is. Er zijn grenzen.

Gelukkig bestaan er nog markten. Daar liggen ze nog: tomaten die niet perfect rond zijn. Met een deukje, een litteken en soms een vorm waarvan je denkt dat de teler onderweg werd afgeleid. Prachtig. Want een tomaat hoeft geen fotomodel te zijn. Die moet smaak hebben.

Die tomaten ruiken naar zomer. Naar een kas waar de zon haar werk heeft gedaan in plaats van een laboratorium waar een marketingafdeling heeft bedacht dat een tomaat vooral lang houdbaar moet zijn. Als je er één doorsnijdt, loopt het sap over je snijplank. Dat is geen product; dat is een klein wonder.

Supermarkten hebben ons ondertussen geleerd dat perfectie belangrijker is dan smaak. Alles moet even groot zijn, even rood zijn en vooral nergens naar smaken, zodat niemand zich eraan kan storen. We leven blijkbaar in een tijd waarin zelfs groente politiek correct is geworden.

Misschien moeten we stoppen met het kopen van tomaten die eruitzien alsof ze een sollicitatiegesprek voor presentator van het Journaal hebben gewonnen. Geef mij maar zo’n krom exemplaar van de markt. Een tomaat met een grote neus, een bult op zijn rug en een eigen wil. Net mensen eigenlijk.

En weet u wat het mooie is? Zo’n tomaat kost misschien vijftig cent meer. Maar u hoeft tenminste niet eerst zout, peper, olijfolie, balsamico, oregano, knoflook, suiker en een gebed toe te voegen om er nog iets van smaak uit te krijgen.

Tot volgende week.

Dan gaat het over: Waarom smaakt koffie uit een kartonnen beker nooit écht naar koffie? Tannetje onderzoekt deze week het grootste culinaire mysterie van onze tijd: waarom verandert goede koffie zodra hij in karton wordt gegoten in iets dat verdacht veel naar een verhuisdoos smaakt? Met een vleugje nostalgie, een flinke dosis sarcasme en natuurlijk de conclusie: koffie hoort in een kopje. Punt.

Tannetje

🎧 Liever luisteren? Beluister Koffie met Tannetje.