De frietoorlog – dik of dun?

2 oktober 2026 #Koffie met Tannetje

Er zijn onderwerpen waarover volwassen mensen rustig van mening kunnen verschillen.

Politiek.
Voetbal.
Of je de thermostaat op 19 of 20 graden zet zonder meteen failliet te gaan.

En dan is er friet.

Daar houdt de beschaving op.

Want blijkbaar kunnen we zelfs een aardappel niet in reepjes snijden zonder daar twee onverzoenlijke kampen van te maken.

Aan de ene kant heb je de dikke-frietmensen. Die willen aardappel proeven. Een stevige friet, goudbruin van buiten, zacht van binnen en bij voorkeur zo dik dat je hem ook kunt gebruiken om een wankelende tafel recht te zetten.

Aan de andere kant staan de dunne-frietmensen. Die willen krokant. Héél krokant. Frietjes zo dun dat je bij harde wind eigenlijk buiten niet moet eten.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

Dikke friet: eindelijk iets met inhoud

Ik ben opgegroeid in een tijd waarin friet nog gewoon een maaltijdonderdeel was en geen filosofische stroming.

De friet was dik.

Niet omdat daar jarenlang marktonderzoek naar was gedaan, maar omdat iemand een aardappel pakte, er een mes doorheen haalde en dacht:

Zo. Dat lijkt me voldoende.

Die friet had inhoud.

Je beet door een krokant korstje en daaronder zat zowaar aardappel.

Tegenwoordig heet dat waarschijnlijk rustiek gesneden aardappelbeleving en kost een bakje €6,50.

De dikke friet heeft natuurlijk één probleem: hij kan slap worden.

En slappe friet is verdriet op een bord.

Zo’n bleke aardappelstaaf die over je vork hangt alsof hij net heeft gehoord dat zijn pensioenregeling wordt afgeschaft.

Daar valt weinig tegenin te brengen.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

Dan hebben we de dunne friet: aardappel met een eetstoornis

De dunne friet is het antwoord van mensen die vinden dat eten vooral veel geluid moet maken.

Krrrkk.

Kijk mij eens krokant zijn.

In sommige restaurants krijg je tegenwoordig frietjes die zo dun zijn dat je niet meer weet of je aardappel eet of de verpakking ervan.

Ze worden vaak geserveerd in een metalen bekertje.

Dat is belangrijk.

Friet op een bord kost blijkbaar vier euro. Doe dezelfde friet in een miniatuur frituurmandje en hij is ineens zeven euro waard.

Zet er hand-cut fries bij en we gaan richting negen.

En niemand vraagt waarom.

We zijn collectief geïntimideerd door Engels op menukaarten.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

En toen kwam de zoeteaardappelfriet: de indringer in het frituurvet

Alsof de situatie nog niet ingewikkeld genoeg was, verscheen op zeker moment de zoeteaardappelfriet.

Daar heb ik nooit helemaal vertrouwen in gehad.

Niet omdat zoete aardappel niet lekker is.

Maar noem het dan geen friet alsof er niets gebeurd is.

Dat is hetzelfde als een courgette in plakjes snijden en zeggen:

‘Kijk, groene bitterballen.’

Bovendien komt zoeteaardappelfriet bijna altijd met een saus waar koriander, limoen, chipotle of een andere vakantiebestemming doorheen zit.

Gewone mayonaise is kennelijk te eenvoudig geworden.

En dan de saus voor €8,95 krijg je er Parmezaan én kapsones bij

Daarmee komen we bij het echte mijnenveld.

Mayonaise.

Ketchup.

Curry.

Pindasaus.

Oorlog.

Speciaal.

En natuurlijk truffelmayonaise, want blijkbaar mocht zelfs de frituur niet ontsnappen aan de truffelepidemie.

Ik zag laatst friet met Parmezaanse kaas, truffelmayonaise en peterselie.

Voor €8,95.

Acht euro vijfennegentig.

Voor een aardappel met kapsones.

Mijn moeder zou voor dat bedrag een zak aardappelen hebben gekocht waar een gezin drie weken van kon eten.

En waarschijnlijk had ze de zak daarna nog gebruikt om iets in te bewaren.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

Friet of patat? Ik ben niet levensmoe

En alsof dik of dun nog niet genoeg verdeeldheid veroorzaakt, moeten we natuurlijk ook nog ruzie maken over de naam.

Friet.

Patat.

Ik ga me daar niet in mengen.

Ik ben niet levensmoe.

Zeg in het verkeerde deel van Nederland het verkeerde woord en je wordt aangekeken alsof je zojuist hebt voorgesteld om de Elfstedentocht door Limburg te laten rijden.

Wat mij betreft mag iedereen het noemen zoals hij wil.

Als het maar heet is.

Krokant.

Goed gezouten.

En ruim voldoende.

Mijn vredesvoorstel

Daarom stel ik een wapenstilstand voor.

De dikke-frietmensen krijgen hun stevige aardappelbalken.

De dunne-frietmensen krijgen hun krokante lucifers.

De Belgen mogen ze twee keer bakken.

De Fransen mogen doen alsof zij ze hebben uitgevonden.

En wij Nederlanders mogen er zo veel mayonaise op doen dat een cardioloog spontaan zijn agenda opent.

Maar laten we één ding afspreken.

Friet hoeft geen culinair project te zijn.

Geen aardappelras met een stamboom.

Geen Himalayazout.

Geen huisgemaakte rozemarijn-knoflook-aioli met gefermenteerde citroen.

Geen chef die aan tafel komt uitleggen dat de aardappel is opgegroeid op een zuidhelling en alleen bij wassende maan is gerooid.

Snijd die aardappel.

Bak hem.

Zout erop.

Mayonaise erbij.

En zet die bak voor mijn neus.

Dik of dun?

Mij maakt het uiteindelijk niet zoveel uit.

Als je er maar niet zes op een bord legt en het een ‘aardappelgarnituur’ noemt.

Want dan krijgen we pas echt oorlog.

Ik neem er koffie bij.

Volgende week in Koffie met Tannetje: Het mysterie van de peperdure kleine porties

Waarom wordt een gerecht eigenlijk duurder naarmate er minder van op het bord ligt? Tannetje onderzoekt het wonderlijke horecafenomeen waarbij drie aspergepunten, twee druppels saus en een blaadje dat vermoedelijk per ongeluk uit de tuin is gewaaid samen €27,50 kosten.

En waarom zegt iedereen bij zo’n bord toch altijd:

‘Wat mooi opgemaakt.’

Waarschijnlijk omdat ‘Waar is de rest?’ zo ongezellig klinkt.