De terugkeer van de pudding

6 november 2026 #Koffie met Tannetje

Het wiebelende dessert dat we nooit hadden mogen vergeten

Er zijn van die dingen waarvan je pas merkt hoe erg je ze mist wanneer ze bijna zijn uitgestorven. De ouderwetse telefooncel. Een ober die gewoon Nederlands spreekt. En de pudding.

Ja, lieve mensen, de pudding.

Dat heerlijke, wiebelende nagerecht dat vroeger na het avondeten op tafel verscheen alsof er een klein culinair wonder had plaatsgevonden. Geen ingewikkelde presentatie, geen eetbare bloemetjes en vooral geen chef die eerst een kwartier moest uitleggen wat je precies ging eten.

Gewoon pudding. In een schaal. Met een grote lepel.

En iedereen gelukkig.

De tijd dat een dessert nog een dessert was

Gezellig Puddingtafereel met familie. Afbeelding gemaakt met AI.

Vroeger had je na het eten drie mogelijkheden: vanillepudding, chocoladepudding of bitterkoekjespudding. Dat was het. Niemand raakte daarvan in een identiteitscrisis.

Mijn moeder maakte pudding in zo’n grote glazen schaal die alleen op zondag uit de kast kwam. Soms zat er een vel bovenop. Een stevig vel, waar je met je lepel doorheen moest breken alsof je een bevroren vijver overstak.

Dat vel was trouwens onderwerp van hevige familiediscussies.

Mijn broer vond het vies. Mijn vader vond het juist het lekkerste gedeelte. En mijn moeder zei steevast: ‘Niet zeuren, het is gewoon melk.’

Daarmee was de discussie beëindigd.

Probeer dat tegenwoordig maar eens in een restaurant.

De moderne dessertkaart is een scheikunde-examen

Mini dessert, maximale ergernis. Afbeelding gemaakt met AI.

Tegenwoordig krijg je na het hoofdgerecht een dessertkaart waarop dingen staan als luchtige chocolade-espuma met een gel van passievrucht, krokante structuren en een subtiele toets van gefermenteerde citrus.

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik krijg daar spontaan behoefte van aan een boterham met hagelslag.

Laatst bestelde ik ergens een chocoladedessert van veertien euro.

Er kwam een bord waarop drie bruine stippen lagen, een schuimpje ter grootte van een postzegel en iets wat leek op een verdwaalde dennennaald.

‘Dit is onze interpretatie van chocolade’, zei de ober plechtig.

Ik keek naar het bord.

‘Heeft de chocolade zelf ook nog iets te zeggen gehad?’ vroeg ik.

De ober lachte niet.

Dat doen obers tegenwoordig wel vaker wanneer ik iets vraag.

Pudding heeft tenminste karakter

Klassiek puddingfeest versus mini dessert. Afbeelding gemaakt met AI.

Wat ik zo mooi vind aan pudding, is dat het dessert nog persoonlijkheid heeft.

Zet een schaal pudding op tafel en geef er een klein tikje tegenaan.

Hij wiebelt.

Niet omdat hij onzeker is, maar omdat hij leeft. Nou ja, bij wijze van spreken.

Een goede pudding heeft iets vrolijks. Iets geruststellends. Alsof hij wil zeggen: maak je niet druk, morgen is er weer een dag.

Een moderne mousse daarentegen ligt op het bord alsof hij zojuist een managementcursus heeft afgerond.

Vol zelfvertrouwen, maar zonder inhoud.

En dan die porties.

Bij een moderne patisserie krijg je soms een dessert dat zo klein is dat je het met een vergrootglas moet zoeken.

Bij pudding kreeg je vroeger gewoon een tweede schep.

En als je geluk had, een derde.

Bitterkoekjespudding verdient een koninklijke onderscheiding

Ouderwetse bitterkoekjespudding met oma. Afbeelding gemaakt met AI.

Vooral de bitterkoekjespudding moet terugkomen.

Dat was geen gewoon nagerecht. Dat was een gebeurtenis.

Met stukjes bitterkoek die langzaam zacht werden in de pudding en een smaak die je onmiddellijk terugbracht naar zondagmiddagen bij oma.

Geen chiazaad. Geen kokosbloesemsuiker. Geen veganistische schuimconstructies.

Gewoon melk, suiker, bitterkoekjes en een beetje geduld.

En ja, misschien was het niet allemaal even verantwoord volgens de moderne voedingsgoeroes.

Maar we aten ook niet dagelijks een halve emmer pudding.

Althans, niet als mijn moeder keek.

Tijd voor de grote puddingrevolutie

De grote puddingrevolutie. Afbeelding gemaakt met AI.

Ik stel daarom voor dat restaurants de pudding weer op de kaart zetten.

Geen ‘gedeconstrueerde vanillebeleving’. Geen ‘nostalgische melktextuur met karamelaccenten’.

Gewoon: vanillepudding met slagroom.

Een flinke kom. Een fatsoenlijke lepel. En een prijs waarbij je niet eerst je hypotheekadviseur hoeft te bellen.

Want niet alles wat vroeger goed was, hoeft opnieuw uitgevonden te worden.

Sommige dingen moeten gewoon terug.

En als de pudding daarbij een beetje wiebelt, is dat alleen maar gezellig.

Ik wiebel tegenwoordig zelf ook weleens wanneer ik van tafel opsta.

Maar niemand noemt mij daarom een gastronomische innovatie.

Volgende week bij Koffie met Tannetje

De terugkeer van de pudding – deel twee: Het puddingvel, de klontjes en andere vergeten familieconflicten.

Want als we de pudding terugbrengen, moeten we natuurlijk ook praten over dat mysterieuze vel bovenop. Was het een lekkernij, een culinair ongeluk of de belangrijkste oorzaak van ruzie aan de zondagse eettafel?

Zet de koffie maar klaar. En haal die puddingvorm vast van zolder.